Er is een woord dat de laatste decennia opvallend vaak opduikt, zowel in de universiteitsbibliotheken als in spirituele centra: bewustzijn. Het is een begrip dat even ongrijpbaar als alledaags is. Want we gebruiken het allemaal: ik ben me bewust van… of hij verloor het bewustzijn. Toch is er geen enkele wetenschappelijke of spirituele stroming die er een definitief etiket op kan plakken.
En dat fascineert mij. Juist omdat ik beroepsmatig bezig ben met verhalen van mensen – hun levensloop, hun drijfveren, hun zoektocht – zie ik telkens weer dat bewustzijn niet alleen een academisch vraagstuk is, maar ook een existentiële noodzaak. Het gaat over de meest fundamentele vraag: wie zit er eigenlijk aan het stuurwiel van ons leven?
De wetenschappers: brein eerst
Laten we beginnen bij de wetenschap. Neurowetenschappers, zoals onze eigen Dick Swaab, laten er geen misverstand over bestaan: wij zijn ons brein. Bewustzijn is volgens hem niets meer dan het product van elektrische impulsen en chemische reacties tussen miljarden neuronen. Geen mystiek, geen hogere orde, geen kosmisch plan.
Wanneer de hersenen stoppen, stopt ook het bewustzijn. Klaar. Einde verhaal.
Het klinkt nuchter, bijna geruststellend in zijn helderheid. Maar tegelijkertijd legt het ook een kille deken over onze hunkering naar betekenis. Als bewustzijn niets meer is dan biologie, wie of wat geeft dan richting aan ons bestaan?
De psychologen: schaduwen en symbolen
De dieptepsychologie van Freud en Jung kijkt met een ander oog. Freud zag het bewustzijn als een fragiel laagje bovenop een kolkende vulkaan van verdrongen driften. Een dun vliesje dat vooral dient om onszelf te beschermen tegen wat we eigenlijk niet willen weten. Voor hem was bewustzijn niet verheven, maar eerder een slagveld van Es, Ich en Über-Ich.
Jung ging een stap verder. Hij zag bewustzijn als een klein eilandje in de immense zee van het onbewuste. Dat onbewuste was niet alleen persoonlijk, maar ook collectief: een reservoir vol oerbeelden en archetypen. Bewustzijn was in zijn ogen een ontwikkelingsweg, een proces van individuatie. We moesten leren de schaduw te omarmen en onszelf in verbinding te brengen met het grotere Zelf.
Bij Freud is bewustzijn dus vooral een toneel waar verdrongen verlangens opduiken. Bij Jung een reis naar heelheid, waarin het ego stapje voor stapje wordt geïntegreerd in een groter geheel.
De moralist: Tolstoj
En dan Leo Tolstoj. De grote Russische schrijver die zijn eigen existentiële crisis niet onder stoelen of banken stak. Voor hem was bewustzijn in de eerste plaats een moreel kompas. Het licht waarmee de mens zijn eigen leugen ziet.
Tolstoj ervoer bewustzijn als lijden – de pijn van het inzicht dat het leven eindig is, en vaak zinloos lijkt. Maar ook als ontwaken. Want wie dit lijden durft onder ogen te zien, vindt misschien de poort naar waarheid. En die waarheid lag voor hem niet in bezit of roem, maar in liefde, eenvoud en dienstbaarheid.
Zijn woorden zouden vandaag nog klinken als een aanklacht tegen onze materialistische cultuur: Wie zijn bewustzijn verdooft, leeft in duisternis, al bezit hij de hele wereld.

De spirituelen: bewustzijn als kosmisch veld
William Gijsen en vele spirituele leraren met hem spreken vanuit een ander paradigma. Voor hen is bewustzijn het fundament zelf: de reden dat het universum bestaat. God – of hoe je dat hogere ook wilt noemen – gebruikt ons bewustzijn om zichzelf te ervaren.
Dat betekent dat ons leven niet slechts een toevallige samenloop van neuronen en genen is, maar een kans voor het universum om zichzelf te leren kennen. Bewustzijn is hier geen gevolg, maar oorzaak. Geen product, maar bron.
Het staat haaks op Swaab. Waar de één zegt: brein → bewustzijn, zegt de ander: bewustzijn → brein.
De bruggenbouwers: Bruce Lipton
Interessant wordt het bij mensen als Bruce Lipton, celbioloog en schrijver van The Biology of Belief. Hij probeert de kloof te overbruggen. Lipton stelt dat onze overtuigingen en percepties letterlijk onze biologie aansturen. Dat DNA geen lot is, maar slechts een blauwdruk die door ons bewustzijn kan worden beïnvloed.
Zijn stelling: gedachten en emoties hebben meetbare invloed op onze cellen. Liefde en vertrouwen bevorderen groei en gezondheid, angst en stress veroorzaken ziekte.
Lipton spreekt de taal van de wetenschap, maar opent tegelijk de deur naar een spirituele interpretatie: ons bewustzijn staat in verbinding met een universeel veld van energie en informatie. Daarmee wordt de mens een co-creator van zijn eigen realiteit.
Kan AI ooit bewustzijn hebben?
Wie veel werkt met systemen als ChatGPT kan zich niet aan de indruk onttrekken dat ze steeds menselijker en persoonlijker worden. Je voelt ’m al aankomen: de discussie over bewustzijn speelt niet alleen bij mensen. Ook in de wereld van kunstmatige intelligentie vragen wetenschappers zich af: kan een machine ooit écht bewust zijn, of blijft het een perfecte imitatie? Dat is stof voor een apart gesprek, met evenveel voor- als tegenstanders. Hoe dan ook laat het zien hoe universeel en onontkoombaar de vraag naar bewustzijn is. En misschien is het in dit debat nog wel belangrijker om eerst helder te hebben wat we precies onder dat begrip verstaan.
De bomen en het bos
Zie je de wirwar aan visies?
- Bij Swaab is bewustzijn niets dan biologie.
- Bij Freud is het een toneel vol driften.
- Bij Jung een reis naar heelheid.
- Bij Tolstoj een moreel kompas.
- Bij Gijsen de grondslag van God zelf.
- Bij Lipton de brug tussen geest en biologie.
Wie heeft er gelijk? Wie moet je geloven?
Soms lijkt het alsof je in een bos loopt waar elk pad een andere richting wijst. De één belooft helderheid, de ander troost, weer een ander genezing of bevrijding. En net als je denkt dat je de juiste weg hebt gevonden, opent er weer een nieuwe zijroute.
De absolute waarheid?
Bestaat er wel zoiets als een absolute waarheid die voor ieder mens begrijpelijk is? Wetenschappers zullen zeggen dat de waarheid meetbaar moet zijn. Spirituelen dat ze voelbaar moet zijn. Psychologen dat ze zichtbaar wordt in onze dromen en neuroses.
Misschien is de waarheid simpelweg te groot om in één definitie te vangen. En misschien hoeft dat ook niet.
Wat het antwoord ook is, we zullen iets moeten geloven. Want het gaat over ons leven. Over de vraag wie er aan het stuurwiel zit. Over de zin van ons bestaan.
Wie worstelt er niet mee?
Laten we eerlijk zijn: wie worstelt er niet met deze vragen?
- Wat is de zin van mijn leven?
- Ben ik meer dan mijn brein?
- Leef ik in waarheid, of in leugen?
- Is mijn bewustzijn een vonk van God, of een rimpeling in mijn neuronen?
Misschien zijn de gelukkigen inderdaad degenen die deze vragen kunnen loslaten. Die zeggen: “Doe niet zo moeilijk, leef gewoon.”
Of misschien zijn de ware gelukkigen juist degenen die hun eigen antwoord hebben gevonden, hoe persoonlijk of eenzijdig dat antwoord ook is.
En ik?
Ik merk dat ik zelf gefascineerd blijf door deze veelheid van meningen. Door de scherpe helderheid van de neurowetenschap én door de poëtische reikwijdte van de spiritualiteit.
Als filmmaker die levensverhalen vastlegt, zie ik hoe elk mens zijn eigen interpretatie kiest. De één vindt troost in de wetenschap dat alles brein is. De ander vindt kracht in de overtuiging dat het universum zichzelf door hem of haar heen ervaart.
En misschien is dát wel de kern: dat bewustzijn zich niet laat vangen in één definitie, maar zich telkens weer toont in hoe wij ons leven beleven.
Slot
Dus, wie heeft er nu gelijk?
Misschien niemand.
Misschien iedereen een beetje.
Maar wat zeker is: bewustzijn dwingt ons tot reflectie. Tot de vraag: Leef ik mijn leven zelf, of word ik geleefd?
En als je het mij vraagt, is dat misschien wel de belangrijkste functie van bewustzijn: dat het ons telkens weer uitnodigt om stil te staan bij de zin van ons bestaan.
✍️ Deze blog verscheen op www.defilmvanjeleven.nu, waar ik levensverhalen film en vastleg. Want misschien is dat de meest tastbare manier waarop bewustzijn zich toont: in het verhaal van een mens dat het waard is om verteld te worden.
